|
Meedoen zonder beperkingen… Onderzoek naar het beleid voor mensen
met lichamelijke beperkingen in Scherpenzeel
EINDRAPPORT Rekenkamercommissie Vallei en Veluwerand
Ik zal maar met deur in huis vallen. Ik ben een pragmaticus en werk
bij voorkeur vraaggestuurd. De CDA-fractie heeft zich voorgenomen juist
in deze periode van bezuinigingen pragmatisch te werk te gaan en dat ook
te propageren richting het college. Dat komt mooi uit.
De rekenkamercommissie heeft de vraag naar rolstoelvriendelijkheid
vertaald naar een bredere onderzoeksvraag. Begrijpelijk, maar het
rapport lezend krijg ik de stellige indruk dat hiermee het doel voorbij
is geschoten. Ik vraag me af of de inwoner van Woudenberg een antwoord
op zijn vraag heeft gekregen met dit rapport.
Voor ons ligt een lijvig, gedegen rapport, gebaseerd op bestudering van
talloze documenten en interviews van diverse functionarissen.
Het rapport richt zich op het beleid voor mensen met een lichamelijke
beperking en dan met name die mensen die matige of ernstige problemen
hebben met volwaardige participatie.
De commissie constateert dat er een zeer grote marge zit tussen de
ramingen van het aantal mensen met een lichamelijke beperking in
Scherpenzeel: tussen de 400 en 1900 (op een bevolking van 9000). Ik
vraag me af hoe serieus we deze ramingen dus moeten nemen. We kunnen ons
afvragen of de definities wel juist zijn als deze getallen er uit komen
rollen. Ik kan me niet aan de indruk onttrekken dat deze variabiliteit
van de getallen een rol blijven spelen bij de uitwerking van het
rapport.
Het klanttevredenheidsonderzoek scoort bijzonder hoog (90-100%
tevredenheid). Dat is op zichzelf al een reden om voorzichtig te zijn
met kritiek.
In par. 4.2.2, blz. 22 komt er plots een tabel tevoorschijn waar we
van schrikken: in 2015 zijn er 1100 woningen nodig voor mensen
met een lichte functie beperking. De WMO beleidsnota geeft
een aantal gewenste levensloopbestendige woningen van 300 en 643
nul-tredenwoningen in 2015.
Het is goed dat deze streefcijfers bekend zijn, maar gelukkig is er
verschil tussen wens en noodzaak. De CDA-fractie gaat er vanuit dat bij
vraagwijzer exact bekend is hoe groot de noodzaak is: en ik denk op
goede gronden dat dit noodzakelijke aantal waarschijnlijk slechts 10% is
van het gewenste. Traplopen is een gezonde bezigheid en dat moeten we zo
lang mogelijk blijven doen in een land als Nederland waar de wegen vlak
zijn en we dus buitenshuis niet hoeven te klimmen.
Voorzitter,
Het risico bestaat dat we te gedetailleerd ingaan op het rapport. Ik ga
daarom toe naar de conclusies en aanbevelingen.
Een kleine gemeente als Scherpenzeel met een beperkt aantal ambtenaren
op dit werkveld heeft een uitstekend overzicht over de groep mensen met
een lichamelijke beperking. Een analyse daarop loslaten heeft nauwelijks
meerwaarde. In het rapport wordt beschreven dat de klantmanagers alle
vragen integraal behandelen en bekijken of er nog andere regelingen van
toepassing zijn op de aanvrager. Warmer kun je het niet krijgen.
Pragmatisme ten top. Ik plaats hier pragmatisme tegenover bureaucratie.
Een integraal samenhangend beleid hoeft pas te worden ontwikkeld als
blijkt dat eenzelfde hulpvraag steeds weer terugkomt en er een eenduidig
antwoord op moet worden geformuleerd. Zolang dat niet het geval is kan
menskracht beter worden benut voor de echte hulpverlening.
De rekenkamercommissie heeft een punt dat bezuinigen op dit onderdeel
misschien lastiger is zonder goede doelstellingen en daaraan hangende
activiteiten. Anderzijds kan men hier, indien onverhoeds nodig,
waarschijnlijk ook pragmatisch mee omgaan.
Bovendien ben ik er van overtuigd dat vraaggestuurd werken zoals
Vraagwijzer dat doet, goedkoper en effectiever is, dan aanbodgestuurd
werken, zodat bezuinigingen minder snel aan de orde zullen zijn.
Voorzitter, laten we Vraagwijzer a.u.b. Vraagwijzer laten en niet
omdopen in Aanbodwijzer.
De CDA fractie onderschrijft alleen aanbeveling 5. |